Vinden opa’s en oma’s oppassen op hun kleinkind(eren) nog leuk?

Onderzoek door RTL Nieuws

Uit een onderzoek dat RTL Nieuws heeft laten uitvoeren blijkt dat veruit de meeste opa’s en oma’s het heerlijk vinden om regelmatig tijd door te brengen met hun kleinkind(eren), al dan niet in de vorm van een vaste oppasdag. Maar een aanzienlijk deel van de oppasgrootouders vindt het (na verloop van tijd) ook best behoorlijk zwaar en daardoor minder leuk.

De uitkomsten

  • De meeste oppasgrootouders passen op een of twee kleinkinderen. Bij de ruime meerderheid (63 procent) komen de kleinkinderen uit één gezin.
  • De meeste opa’s en oma’s, 28 procent, passen eens per week op de kleinkinderen.
  • Bijna de helft van de opa’s en oma’s zou niet vaker op hun kleinkind(eren) willen passen.
  • 92 procent van de oppasopa’s en oma’s vindt het leuk om op hun kleinkind(eren) te passen.
  • 13 procent vindt het zwaar om op de kleinkinderen te passen.
  • De meeste oppasoma’s en opa’s zijn gaan oppassen omdat hun kinderen hier om vroegen (57 procent).
  • 12 procent wil stoppen met vaste oppas zijn, maar doet dit niet omdat het voor de kind(eren) lastig zal zijn.

Het onderzoek is gedaan door DVJ Insights in opdracht van RTL Nieuws. Aan het onderzoek deden 523 oppasoma’s en -opa’s mee.

 

Een soort gastouder

Wij merken ook bij de gastkinderen die door Kroostopvang gastouders worden opgevangen, met grote regelmaat dat de opvang wordt verdeeld over de gastouder en daarbij een of twee dagen opa of oma. Natuurlijk is het heerlijk als opa of oma wekelijks een dag op de kinderen kan passen. Het versterkt de band tussen grootouder en kleinkind en, laten we eerlijk zijn, het scheelt aanzienlijk in de kosten voor de ouders.

Maar als opa of oma wekelijks oppast, neemt het dus 1/7 deel van de opvoeding op zich. De opa of oma wordt daarmee dus eigenlijk een soort gastouder en dat op vaak al pensioengerechtigde leeftijd. Wij zien dagelijks hoe zwaar het vak van gastouderopvang is en kunnen ons dan ook heel goed voorstellen dat het voor sommige opa’s en oma’s soms wel wat teveel wordt.

Toch vinden, zo blijkt ook uit het onderzoek, veel opa’s en oma’s het lastig om dit aan te geven bij hun kinderen, omdat ze hen niet willen afvallen en ook hun kind niet in de steek willen laten. Echter, in belang van het kind en zeker ook in het belang van de opa’s en oma’s denken wij wel dat het belangrijk is om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

 

Onze tips

Aangezien het ons werk is om opvang goed te laten verlopen en hierover ook regelmatig te evalueren, delen wij onze tips met jullie.

 

1. Maak (vooraf) duidelijke afspraken

Al voordat opa of oma begint met zijn vaste oppasdagen is het belangrijk goed met elkaar af te spreken wat er verwacht wordt. Tot in hoeverre mag opa of oma ook echt opa of oma zijn en dus het kleinkind wat extra verwennen op de oppasdagen? En tot in hoeverre zijn ze opvoeders en wat houdt die opvoeding dan in? Wat zijn de oppasdagen en op welke tijden zijn opa of oma dus verantwoordelijk voor het kind en wanneer kunnen zij hun kleinkind weer overdragen? Verandert hierin iets, ga dan opnieuw met elkaar zitten om die veranderingen te bespreken, zodat de verwachtingen over en weer duidelijk zijn.

 

2. Geef ze vrijheid

Deze tip klinkt misschien gek, maar het blijkt dat als grootouders alleen maar te horen krijgen dat hoe zij het vroeger deden echt niet OK meer is en dat het toch echt allemaal anders moet, dit hen erg ontmoedigt. Geef ze daarom wat vrijheid om de oppasdag op hun eigen manier in te vullen. In het belang van het kind is het wel goed om hierover grotendeels op 1 lijn te zitten. Maar als oma liever het fruit pureert dan het in stukken aanbiedt aan haar kleinkind of ze de kinderen nu voor de zoveelste keer een koekje geven, bekijk dan of dat echt de discussie waard is, of dat dat soort dingen de oppasdag voor opa en oma juist ook een beetje extra leuk maken. Jij bent immers ook goed opgevoed door je ouders, toch?

 

3. Evalueer ieder jaar op een vast moment

Prik ieder jaar een moment waarop je met opa of oma om de tafel gaat en bespreekt hoe het gaat en of iedereen het nog leuk vindt dat opa of oma komt oppassen. Het is vaak handig dit te doen (ruim) voor een vakantie.

Vraag in dat gesprek of opa en oma het oppassen nog leuk vinden. Wellicht dat ze het lastig vinden aan te geven dat ze het niet meer zo leuk vinden, maar je zult merken dat als je ieder daar zo’n vast moment prikt, de drempel om op een gegeven moment te zeggen dat ze ermee willen stoppen, lager wordt.

Zijn de kleinkinderen al wat ouder, bespreek dan ook met hen hoe zij het oppassen door opa of oma ervaren. Vinden zij het nog wel leuk, of hebben ze er eigenlijk geen zin meer in?

Bespreek in zo’n evaluatiegesprek ook hoe je het nieuwe jaar ingaat. Gaan jullie door op dezelfde voet, of moeten er bepaalde dingen worden aangepast?

 

4. Stop op tijd

Heb je het gevoel dat opa of oma het niet meer aan kunnen, of dat het gewoon ‘niet meer werkt’. Stop dan op tijd en laat het niet nog maanden doormodderen. Spreek een laatste oppasdag af en rond het feestelijk af. Het is immers ontzettend fijn dat opa of oma al die tijd heeft willen en kunnen oppassen. Die tijd neemt niemand opa of oma en hun kleinkind(eren) meer af.

5. Neem contact op met ons

Als moeders weten wij hoe het soms puzzelen kan zijn met de opvang. Wij weten dus ook, door eigen ervaring, maar ook door wat we zien bij onze gastkinderen, hoe de opvang verdeeld wordt over gastouder en familie. Neem daarom gerust contact op met jouw gastouderbegeleider als je hierover vragen hebt. Natuurlijk helpen we je graag als je (extra) opvang nodig hebt als opa of oma op vakantie is, maar ook als je gewoon even ervaring wil uitwisselen over hoe je een evaluatiegesprek met opa of oma het beste kunt aanpakken.

Wij zijn er voor jou en je kind en daar horen opa’s en oma’s dus ook bij!

 

Voor dit blog maakten wij gebruik van het artikel dat op 3 januari verscheen op de website van RTL Nieuws. Dit artikel vind je hier