Maak je verhaal driedimensionaal

Op de Kroostopvang Studiedag 2018 gaf Irina Hoffer van Gebarenrijk de training ‘Maak je verhaal driedimensionaal’. Zo’n 17 gastouders namen hieraan deel en leerden tijdens de zeer interactieve workshop hoe je het voorlezen van een verhaal aan (jonge) kinderen levendiger kunt maken.

 

Voorlezen is niet alleen belangrijk, maar ook leuk!

Voorlezen is om diverse redenen belangrijk. Het vergroot de woordenschat van kinderen, maar het is ook een moment van rust of interactie. Door gastouders wordt vrijwel dagelijks voorgelezen en ook bij veel gezinnen gebeurt dit nagenoeg iedere dag. Vooral voor het slapen gaan maakt het lezen van een verhaal vaak deel uit van het ritueel.

Nu kun je als je voorleest simpelweg de woorden lezen die geschreven staan, misschien wijs je zelfs wel eens naar de plaatjes of, als je het heel interactief maakt, stel je je kind vragen, laat je hem/haar het verhaal afmaken of laat je hem/haar zoeken naar de bijbehorende illustraties.

Maar wat je ook doet, voorlezen blijft op die manier behoorlijk eendimensionaal. En dat kan anders, volgens Irina. Zij liet ons zien hoe je het voorlezen kunt veranderen in een totaalbeleving. Een waar driedimensionaal, bijna-theaterstuk.  En omdat wij zelf zo genoten hebben van haar workshop en er zoveel van hebben geleerd, delen wij een paar belangrijke tips graag met jou.

 

Tip 1: Gebruik gebaren

Kinderen zijn veel visueler ingesteld dan volwassenen. Daarom onthouden kinderen een woord ook beter als zij daarbij ook iets kunnen zien. Een plaatje helpt, maar het werkt nog beter als jij zelf het woord uitbeeldt. Hiervoor kun je gebruik maken van de baby- en kindgebarentaal. Je hoeft niet direct het hele boek in gebarentaal te gaan vertellen, maar de hoofdpersonen, zeker als dat dieren zijn, kun je daarmee een gebaar meegeven. Maar ook de dingen die de figuren in het boek doen kun je uitbeelden, niet per se met een gebaar, maar met je hele lijf. Kruip, lig, klim of loop zelf ook, of beeldt dat uit.

 

Tip 2: Gebruik mimiek

Is de hoofdpersoon boos, kijk dan ook boos. Is het een lieve, zachtaardige hoofdfiguur, zorg dan dat jouw gezicht ook zo staat als die figuur praat. Op die manier leer je kinderen op een hele visuele manier wat boos is, of lief, of verdrietig en welke expressie daar bij hoort. Zijn de kinderen al wat groter, laat hen dan meedenken over de mimiek. Vraag hen hoe zij kijken als ze boos, verdrietig of blij zijn.

 

Tip 3: Gebruik je stem

Bepaal tijdens het lezen wat voor stem de figuren in het boek hebben en wees consequent in het gebruiken van die stemmen. Zoek daarbij een stem die echt bij de figuur past. Is het een oude opa, kies dan een zwaardere stem, is het een muisje, dan is een pieperige stem passender. Met verschillende stemmen komt een verhaal echt tot leven. Voor een kind lijkt het dan veel meer alsof er ook echt een gesprek plaatsvindt tussen de ene en de andere figuur, in plaats van dat het de gastouder of papa is die voorleest.

 

Tip 4: Schaam je niet!

Deze laatste tip is misschien wel de belangrijkste: schaam je niet! Maak je gebaren, stem en mimiek zo groots mogelijk! Kinderen vinden dat prachtig en het maakt voor hen het verhaal en de eventuele boodschap alleen maar duidelijker. En wie weet heb je zelf op die manier ook wel nog meer plezier in het voorlezen!

 

Succes!

 

Voor meer informatie over het gebruiken van gebaren bij het voorlezen of zingen van liedjes, of ideeën over hoe je binnen jouw opvang, of bij jou thuis het voorlezen en zingen van liedjes levendiger kunt maken? Kijk op de website van Gebarenrijk voor veel meer tips en links!