Kwaliteitsmonitor gastouderopvang

Waarom een kwaliteitsmonitor gastouderopvang?

In de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) staat beschreven dat gastouders en gastouderbureaus verantwoordelijk zijn voor het bieden van opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving. Net als wij en vele collega’s in de gastouderopvang, vindt ook de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) dat de kwaliteit van gastouderopvang verbeterd kan worden.  Daarom is er onderzoek uitgevoerd naar de huidige kwaliteit van gastouderopvang en is er gekeken naar wat er nog verbeterd zou kunnen worden.

Wat is de kwaliteitsmonitor gastouderopvang?

De kwaliteitsmonitor gastouderopvang is instrument, waarmee je als gastouderbureau, maar ook als gastouder zelf eens bij verschillende punten in de opvang langs kunt gaan, om te kijken hoe je het doet en om ideeën op te doen hoe het wellicht beter kan.

De basis: de vier pedagogische basisdoelen

In de Wet Kinderopvang is vastgelegd dat alle vormen van kinderopvang de vier pedagogische basisdoelen aan de kinderen moeten bieden. Dit zijn:

  • Het bieden van sociale en emotionele veiligheid: een omgeving waarin kinderen zich kunnen ontspannen en zichzelf kunnen zijn.
  • Het bevorderen van persoonlijke competentie: kinderen de kans bieden en stimuleren in zelfstandigheid, zelfvertrouwen, veerkracht en flexibiliteit.
  • Het bevorderen van sociale competentie: kinderen leren omgaan met anderen.
  • Het leren van regels, normen en waarden: kinderen leren goed te functioneren in de samenleving.

Er zijn drie onderdelen in de gastouderopvang die van invloed zijn op hoe goed deze doelen worden bereikt.

Dit zijn: de interactievaardigheden van de gastouder, de kwaliteit van de leefomgeving en structurele kenmerken. In deze drie onderdelen is de kwaliteitsmonitor opgesplitst.

Deze drie (onder)delen kunnen afzonderlijk van elkaar worden getoetst op kwaliteit. Hieronder geven we per deel aan waar het precies om gaat en hoe je bij jezelf, of bij een gastouderopvang, kunt nagaan tot in hoeverre hier de maximale kwaliteit wordt behaald.

Deel 1: Interactievaardigheden

De kwaliteitsmonitor gaat uit van de zes interactievaardigheden:

  1. Sensitieve responsiviteit: het bieden van warmte en ondersteuning aan de kinderen, waardoor zij zich begrepen, geaccepteerd en veilig kunnen voelen.
  2. Respect voor de autonomie van het kind: het bieden van de kans en gelegenheid aan kinderen, om zelf dingen te doen en te ontdekken.
  3. Structureren en grenzen stellen: het duidelijk maken wat er van kinderen wanneer verwacht wordt en ervoor zorgen dat zij zich daar aan houden.
  4. Praten en uitleggen: het regelmatig met de kinderen praten, hen dingen uitleggen, inspelen op hun interesses en aansluiten bij hun niveau.
  5. Ontwikkelingsstimulering: het motiveren van motorische, cognitieve en taalontwikkeling en creativiteit bij kinderen door het bieden van activiteiten en het richten van de aandacht op bepaalde dingen.
  6. Begeleiden van interacties tussen kinderen: vooral het opmerken en belonen van positief gedrag tussen kinderen en het scheppen van mogelijkheden voor positief gedrag.

Je kunt toetsen of jij deze interactievaardigheden goed beheerst door bijvoorbeeld video-opnames te maken en jouw gedrag in bepaalde situaties te bekijken. Richt je bij het beoordelen van een video-opname op 1 vaardigheid. Vaak ben je als gastouder met meerdere vaardigheden tegelijk bezig, maar om een goed beeld te krijgen van hoe je het doet, is het belangrijk dat je ze stuk voor stuk beoordeeld. Je kunt de video ook bekijken met je gastouderbegeleider, of zelfs aan haar vragen of zij de video-opname wil maken. In de kwaliteitsmonitor staat beschreven hoe je een video kunt beoordelen, waar je op moet letten en ook wat jouw gedrag is als je ‘laag’ scoort, ‘middelmatig’ of ‘hoog’, zodat je ook weet hoe je aan een interactievaardigheid kunt werken om het te verbeteren.

Deel 2: Kwaliteit van de leefomgeving

De kwaliteit van de leefomgeving bestaat ook weer uit een aantal onderdelen:

  1. Aankomst en vertrek:  de contactmomenten tijdens het ophalen en brengen tussen gastouders, kinderen en ouders.
  2. Kindvriendelijke leefomgeving: de indeling, inrichting en aankleding van de opvangruimte(s).
  3. Speelmaterialen en mogelijkheden: de aanwezigheid, toegankelijkheid en het gebruik van materialen voor de ontwikkeling van de kinderen.
  4. Taal: het stimuleren van het begrijpen en gebruiken van taal en het gebruik van bijbehorende materialen.
  5. Omgang met kinderen: het toezicht, de aansturing en structurering van een groep en de interacties tussen de kinderen.
  6. Dagindeling: de speelmomenten en deelname in de groep.

Om te weten wat de kwaliteit van de leefomgeving van een gastouderopvang is, is een observatielijst gemaakt. Deze bestaat uit 22 punten en werkt min of meer hetzelfde als een risico inventarisatielijst. Er wordt een onderwerp genoemd en hierop kun je positieve of negatieve vakjes aankruisen. Bij veel negatieve vakjes is er uiteraard werk aan de winkel. Maar om een goede gastouder te zijn hoef je niet per se alle positieve vakjes aan te kruisen. Dit hangt ook af van de mogelijkheden van jouzelf en jouw woning.

Dit onderdeel is een heel gemakkelijke manier om een beeld te krijgen van wat jij de kinderen biedt of wat je ze misschien nog niet biedt, maar wel zou kunnen gaan bieden. Wij vinden het zinvol als je dit samen met jouw gastouderbegeleider doorneemt en kijkt waar voor jou nog verbeteringen te behalen zijn. Doe beslist niet alles in een keer, maar bekijk ook dit vraag voor vraag.

Deel 3: Structurele kwaliteit

De structurele kwaliteit vormt de basis van een gastouderopvang en bestaat uit:

  1. Groepsgrootte: binnen de grenzen van de wettelijke maximale kindaantallen.
  2. Stabiliteit van de kinderen bij de gastouder: tot in hoeverre treffen de kinderen telkens dezelfde kinderen in de gastouderopvang?
  3. Samenstelling van de groep kinderen wat betreft leeftijden: wat zijn de leeftijden van de kinderen in de groep?

Dit onderdeel is er vooral op gericht om bovenstaande gegevens inzichtelijk te krijgen. Vrijwel iedere gastouder heeft wel een opvangoverzicht waarin staat welk kind wanneer komt en hoe oud het is. Als je dit hebt dan is het goed te bekijken hoe stabiel jouw groep is (heb je elke dag andere kinderen, of zijn het vaak dezelfde kinderen?) en hoe de samenstelling van de leeftijden is. Idealiter vang je elke dag dezelfde kinderen op en heeft ieder kind een of meer leeftijdgenootjes om mee te spelen. Dat is natuurlijk nooit helemaal haalbaar, maar door het maken van een dergelijk schema, krijg je wel goed inzicht in hoe jouw groepssamenstelling is en kun je hier wellicht iets mee. Bijvoorbeeld door met een andere gastouder af te spreken die wel kinderen opvangt in de leeftijd van jouw gastkind.

Zelf aan de slag?

Ben je benieuwd naar hoe jij het doet als gastouder? En wil jij de kwaliteit van jouw gastouderopvang eens toetsen met de kwaliteitsmonitor? Dat kan!
Allereerst zullen wij ook met de kwaliteitsmonitor aan de slag gaan. Tijdens huisbezoeken zal jouw gastouderbegeleider soms een onderdeel uit de monitor aankaarten en met jou bespreken en bekijken. Wij gaan jou niet beoordelen, maar willen juist met jou kijken naar jouw gastouderopvang.

Maar je kunt natuurlijk ook zelf al aan de slag. Op de website www.kwaliteitsmonitor-go.nl kun je het boek bestellen en kun je aanvullend lesmateriaal vinden, zoals filmpjes en lijsten die je kunt downloaden om in te vullen. Je moet hiervoor inloggen met het woord: materialen

Veel succes!

 

Bron: M. Gevers Deynoot-Schaub en I. Bollen (2018), De kwaliteitsmonitor gastouderopvang, Amsterdam: Uitgeverij SWP