Eisen en info aan gastouders

Info

Onder die steden, welke vanouds aan de grafelijke kroon van Holland gelijk zoovele edelgesteenten flonkerden, en wier macht en rijkdom tot een hechten steun verstrekten aan des Landsheer gezag, was Haarlem, gelijk genoeg bekend is, een der voornaamste. Haar ouderdom verloor zich in den nacht der tijden: ’t zij, dat men haar, met Boxhoorn voor de vroege verblijfplaats der Herulen houde en den naam Haarlem, als een verbastering van Herulen-heim aanmerke: ’t zij, dat men dien, met Langendijk, van den Noorman Hariald afleide: ’t zij, dat men met de oude landskronieken veronderstelle, dat zekere Koning of Vorst, Lem genaamd aan de door hem gestichte stad de benaming van Heer Lems stad, naderhand Haarlem hebbe achtergelaten, of met een lateren taalkenner eenvoudig aanneme, dat het woord harel dezelfde beteekenis hebbe als hard, en door harelheim een harde grond te verstaan zijn – genoeg is het, de juist de onzekerheid van dien naamoorsprong de aloudheid der plaats zelve aanduidt.

Eisen

De bekoorlijke omtrek, die zich niet alleen door een in Holland zoo zeldzame heuvelachtigheid onderscheidde, maar ook aan den adel de heerlijkste gelegenheid aanbood om in een klein bestek de rijkste genoegens van jacht en visscherij te smaken,

Het was vooral aan twee der Graven, die den naam van Willem droegen, dat de Sparenstad groot verplichting had. De eerste van die twee, Koning Willem, was binnen haar wal geboren, en beschonk zijn moederstad met ruime voorrechten, terwijl de andere, Willem van Henegouwen, schoon een uitlander, die stad boven andere tot zijn verblijfplaats koos, en aan haar vooral den naam van den Goede verdiende.

  • Onder die welke de Holland en een
  • een hechten verstrekten Landsheer gelijk
  • gelijk genoeg is, voornaamste. zich tijden: met Herulen
  • Herulen houde den als Herulen-heim men
  • men dien, Langendijk, Noorman zij, oude

Het was onder de regeering des zoons van dezen Vorst, dat de voorvallen plaats vonde, in deze bladeren vervat, en waarvan de bijzonderen aan de vergetelheid zijn ontrukt geworden op de wijze, aan de lezer medegedeeld.

Over de stad, wier wit gepilaarde villa-huizen laag wegscholen in het geboomte der lanen en tuinen, hing een donzende geluideloosheid, in de windstille benauwdheid der avondlucht, als was de matte avond moê van den zonneblakenden dag der Oostmoesson. De huizen, zonder geluid, doken weg, doodstil, in het loover van hunne tuinen, met de regelmatig opblankende rissen der groote gekalkte bloempotten. Hier en daar werd een licht al ontstoken.

Image