6 Tips voor het begeleiden van kinderen in hun spel

door Berit / JB Expertise

 

Kinderen spelen uit zichzelf. Je kunt dan als (gast)ouder gaan zitten toekijken en dat is vaak al een genot op zich. Maar kinderen leren juist ook veel in hun spel, zeker als je ze daarin op de juiste manier begeleid.
Maar wat kun je dan het beste wel doen of zeggen? En wat beter niet?

In dit blog geven we je 6 tips!

Wat moet je zeker wel doen?

1. Sluit aan bij de ontwikkeling van het kind

Kinderen maken een bepaalde ontwikkeling door. Ieder op zijn of haar eigen tempo. In die ontwikkeling kun je zogenaamde ‘zones’ herkennen. Als je je dat voorstelt als een cirkel dan is de binnenste cirkel datgene wat het kind helemaal zelfstandig kan. Aan de buitenkant ligt de zone van activiteiten die een kind alleen maar kan met hulp. Maar tussen deze twee zones ligt de zone van naaste ontwikkeling. Dat is de zone waarin het kind al wel dingen kan, maar daarvoor nog wel een beetje hulp nodig heeft van een volwassene.

Dit is dus bij uitstek de zone waarin je kinderen activiteiten kunt aanbieden die net iets meer van het kind vragen dan activiteiten die ze zelf zouden kiezen. Hierdoor breng je de ontwikkeling naar een hoger niveau. Bied bijvoorbeeld een puzzel aan met iets meer stukjes, of een spel dat eigenlijk voor kinderen is die iets ouder zijn. Blijf tijdens de activiteit wel aanwezig en beschikbaar. Dat geeft het kind een gevoel van veiligheid en vertrouwen, waardoor het niet snel zal opgeven, maar juist zal willen proberen.  

2. Neem de tijd

Aandacht is alles! Ga je een activiteit doen met je kind, leg dan alles aan de kant en zorg dat je met al je tijd en aandacht bij je kind kan zijn. Het is voor een kind juist zo belangrijk om zijn of haar nieuwe bevindingen en ontdekkingen met jou te delen en het is vervelend als daar dan telkens een telefoon of iets anders tussendoor komt.

3. Doe mee

Kinderen vinden het fantastisch als je meespeelt! Volg het spel van het kind en voeg iets toe waar mogelijk. Een goede tip, hierbij is de ‘ja, en…’- regel. Dit houdt in dat je een kind eerst bevestigt in wat het doet (ja) en dat vervolgens uitbreidt (en….).

 

Wat je beter niet kunt doen

1. Vraag niet: wat maak je?

Met de vraag ‘wat maak je?’ impliceer je dat je vindt dat het kind iets moet maken. Dus dat dat wat hij/zij aan het maken is ook echt iets moet worden. Maar kinderen weten heel vaak nog niet wat ze gaan knutselen of tekenen. Laat hun creativiteit dus fijn de vrije loop envraag jezelf af: wil je het kind iets laten maken of juist laten meemaken?

2. Zeg niet: wat mooi!

Als jij je kind een compliment geeft door te zeggen ‘wat mooi!’, dan zal het kind denken dat het dus wel klaar is en zullen ze hun werkje sneller naast zich neer leggen. Complimenteren mag natuurlijk wel, maar doe dat dan door te zeggen ‘Wat ben jij goed je best aan het doen!’ of ‘Ik zie dat jij heel hard aan het werk bent!’. Op die manier leg je de aandacht op het proces of de ervaring in plaats van op het eindresultaat.

3. Vertel niet hoe het hoort of hoe het zou moeten gaan

Wil je dat je kind zelf in alle vrijheid zijn/haar creativiteit de vrije loop kan laten, ga dan rustig achterover zitten en kijk toe. In plaats van te vertellen wat ze eigenlijk met dat materiaal zouden moeten doen of waar het voor bedoeld is. Je zult zien dat kinderen met de meest originele creaties komen!

 

Dit blog is een bewerkte versie van het origineel zoals in maart verschenen op de website van JB Expertise.

JB Expertise is het trainingsbureau van onze pedagogisch expert, Joyce Blauwhoff. Joyce is pedagoog en wil opvoeders inspireren om door de ogen van een kind te kijken. Ze wil ze laten inzien dat kinderen afhankelijk zijn van de liefde, warmte en interactievaardigheden van volwassenen. Hiervoor geeft zij een breed scala aan trainingen. Bij de gastouders van Kroostopvang is Joyce een graag geziene trainer en wij bieden haar trainingen dan ook met grote regelmaat aan.

Meer informatie over de trainingen van Joyce en JB Expertise vind je op de website https://jbexpertise.nl/