Pedagogisch beleid. Ieder kind heeft in aanleg veel mogelijkheden in zich. Ieder kind is uniek, het ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. De omgeving, de ouder(s) en de gastouder kunnen het kind hierbij ondersteunen. Dit doen zij in hun opvoeding, ook wel pedagogiek genoemd.
De overheid en de ouder(s) verwachten in de kinderopvang een duidelijke bijdrage aan de opvoeding. Het gastouderbureau is verplicht om een pedagogisch beleidsplan te hebben, waarin een kenmerkende visie over de omgang met kinderen beschreven staat.
Het pedagogische beleidsplan van Kroostopvang moet in de praktijk bruikbaar zijn voor de gastouders. Het gaat tenslotte om de opvoeding van het gastkindje bij de gastouder. Een gastouder vult de pedagogische visie altijd verder in naar de eigen opvangsituatie vanuit haar eigen waarden en normen. Kroostopvang vindt het daarom belangrijk dat de gastouder haar pedagogische handelen verwerkt in een pedagogisch werkplan.
Er zijn verschillende pedagogische stromingen en elk mens hanteert de opvoeding op zijn eigen manier. De Wet kinderopvang en het Convenant Kwaliteit Kinderopvang bepalen het wettelijke kader waar de pedagogiek in de kinderopvang op gericht moet zijn.
De pedagogiek in de kinderopvang moet in ieder geval gericht zijn op:
o Samenwerking met ouders;
o Het bieden van veiligheid en verbondenheid;
o Het overdragen van waarden en normen;
o Het verwerven van sociale en persoonlijke competenties.
Het bieden van een gevoel van veiligheid is de belangrijkste pedagogische doelstelling. Het bieden van veiligheid (zowel fysiek als emotioneel) draagt bij tot het welbevinden van het kind. Een goed welbevinden bij kinderen zorgt ervoor dat zij in staat zijn zich verder te ontwikkelen en dat biedt de gastouder de mogelijkheid om de andere pedagogische basisdoelen te realiseren. Om het welbevinden van kinderen te stimuleren zorgt de gastouder voor:
o Een vertrouwde relatie met het gastkindje en tussen de gastkinderen;
o Een geborgen en rustige sfeer met herkenbare elementen in het dagritme;
o Structuur en continuïteit in de dagelijkse handelingen;
o Een veilige en hygiënische omgeving.
Het ontwikkelen en leren van persoonlijke vaardigheden doelt op persoonskenmerken zoals zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit. Een goede ontwikkeling hiervan stelt een kind in staat om allerlei problemen op een juiste manier aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden. Bij jonge kinderen is spel het belangrijkste middel om de vaardigheden te oefenen en te ontwikkelen. De gastouder stimuleert de ontwikkeling van deze vaardigheid door:
o Inrichting van de ruimte en aanbod van materialen en activiteiten;
o Het uitlokken en begeleiden van spel;
o Aanwezigheid van bekende leeftijdsgenoten of zorgen voor het ontmoeten van bekende leeftijdsgenoten.
Sociale vaardigheden omvat een scala aan sociale kennis en handelingen in de omgang met anderen. Bijvoorbeeld het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen en het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid.
Kinderen kunnen dit leren in de omgang met de gastouder, de huisgenoten en de andere gastkinderen. De gastouder gaat ook met de gastkindjes naar buiten, waardoor zij het gastkindje leert om de sociale vaardigheden te ontwikkelen in de omgang met anderen in zijn omgeving zoals de buurvrouw, de slager of de buschauffeur.
De samenleving waarin wij wonen heeft kenmerkende waarden en normen, er is sprake van een bepaalde cultuur. Elk gezin kent naast deze cultuur ook eigen waarden en normen.
Kinderen moeten de kans krijgen om de cultuur eigen te maken en de waarden en normen van zowel hun eigen gezin als die van het gastgezin te leren. Tijdens de opvang ervaart een kind door de reactie van de gastouder de grenzen van goed en slecht, van anders, van mogen en moeten. Het gedrag van de gastouder geeft niet alleen richting, maar is ook een voorbeeld, omdat kinderen gedrag kopiëren.
Het vieren van feesten zijn per cultuur en veelal per gezin verschillend. De gastouder stemt met de ouders af welke feesten gevierd worden in de opvang en op welke wijze.
Om deze pedagogische doelen te bereiken heeft een gastouder, beschikt zij over een aantal ‘instrumenten’, denk aan haar woonomgeving en de materialen die zij gebruikt in de opvang, het dagritme dat zij aanhoudt en haar eigen houding en manier van communiceren. In een persoonlijk pedagogisch werkplan beschrijft elke Kroostopvang-gastouder hoe zij de opvang vorm geeft, welke instrumenten zij inzet om de pedagogische doelen van Kroostopvang te bereiken. Het pedagogisch werkplan is een belangrijk onderdeel van het pedagogisch beleidsplan. Nieuwe gastouders worden in de basiscursus voor gastouders bijgeschoold op het gebied van pedagogisch handelen en het gebruik van het pedagogisch werkplan.
De gastouder en de ouders van het gastkindje moeten de manier waarop zij omgaan met kinderen op elkaar afstemmen anders wordt het voor een kind onduidelijk. Het afstemmen begint al bij een eerste kennismaking nog voor de opvang start. De gastouder zal haar pedagogische werkplan aan de ouders voorleggen en zij hebben dan de gelegenheid om te beoordelen of ze het een prettig pedagogisch klimaat voor hun kind vinden.
Training en opleiding. Door het volgen van trainingen raakt de gastouder vertrouwd met de pedagogische visie. Kroostopvang biedt verschillende trainingen aan die betrekking hebben op de opvang van gastkinderen. Een basistraining voor nieuwe gastouders en verdiepingstrainingen voor gastouders die al langer kinderen opvangen. Alle trainingen bieden wij onze gastouders tegen een geringe onkostenvergoeding aan. In het Kroostopvangkantoor in Sassenheim is een speciaal hiervoor ingerichte trainingsruimte, waar over het algemeen 's avonds trainingen worden gegeven door onze gastouderbegeleiders en/of extern ingehuurde specialisten.
Kroostopvang verwacht van nieuwe gastouders dat zij in ieder geval de training 'Basisbeginselen van het gastouderschap' volgen. Ook moeten zij deelnemen aan de cursus 'EHBO aan kinderen', omdat zij in het bezit moeten zijn van een geldig certificaat hiervoor. Verder kunnen zij maandelijks, net zoals andere gastouders, de trainingen volgen die door Kroostopvang georganiseerd worden.
Leerbedrijf. Landelijke erkende opleidingen zoals Helpende Welzijn niveau 2 voor gastouders of de opleiding Pedagogisch Werker niveau 3 zijn opgebouwd uit een theoretisch gedeelte en een praktijkstage. Kroostopvang vindt het belangrijk dat (toekomstige) gastouders de mogelijkheid krijgen om een opleiding te volgen en een diploma te halen. Door de mogelijkheid te bieden werken en leren te combineren wordt de drempel lager voor gastouders om zich verder te scholen in hun beroep. Kroostopvang staat dan ook geregistreerd als ‘Erkend Leerbedrijf'.